Mijn bevallingsverhaal

[Even een stukje context vooraf. Ik ben eind september begonnen met mijn bevallingsverhaal te schrijven, maar vond dit erg lastig en ben er toen mee gestopt. Nu, begin December heb ik deze afgemaakt. Het kan dat je mijn verhaal als heftig ervaart en wil via deze weg een triggerwarning geven. Ik beschrijf mijn bevalling vrij gedetailleerd. Ik heb dit echt nodig gehad voor een stuk verwerking, maar het kan als heftig worden ervaren. Ik heb verder bewust ook niet het ziekenhuis genoemd waar ik heen ben gegaan en ook geen namen van het zorgpersoneel. Weet dat dit niet de standaard is en hier tegenover staan ontzettend veel verhalen van vrouwen met prachtige ervaringen. Wellicht lees je dit en denk je ‘het was toch een prima bevalling’, dat kan natuurlijk ook. Ik hoop in ieder geval dat als je dit leest, je mijn verhaal met respect behandeld. Liefs.]

Het is 24 Juli 2021, zaterdagochtend om half 10. Dèniel zijn vakantie is begonnen en we hebben ons ontbijt net op.

Ik voel krampen, maar denk, het zal wel weer niets zijn, aangezien ik de afgelopen 2 weken continu rondloop met voorweeën en er tot nu toe nog niets is gebeurd.

Ik wil gaan douchen, maar die krampen doen toch best wel pijn en ze gaan ook steeds weg en komen dan steeds weer terug. Ik besluit ze te timen en ze komen toch al best regelmatig. We besluiten de verloskundige te bellen om te overleggen en zij geeft ons het advies het nog aan te kijken, en terug te bellen als de weeën krachtiger en regelmatiger komen.

Ondertussen besluit ik om de weeën lopend op te vangen. Ik vind het eigenlijk niet heel fijn en ben ook ontzettend moe doordat ik de afgelopen week een miljoen keer naar de WC moest in de nacht, dus besluit de weeën voor nu liggend op bed op te vangen.

Rond 3 uur ’s middags besluiten we de verloskundige nog een keer te bellen, want de weeën worden krachtiger en aangezien ik graag thuis in bad wil bevallen, wil ik graag weten of er vordering in zit, zodat we het bad eventueel op kunnen zetten.

De verloskundige komt langs en voelt of ik al ontsluiting heb. “Sorry Lori, maar er is nog niets gebeurd. Je doet het ontzettend goed, maar je moet nog even volhouden”. Ik heb eigenlijk gelijk spijt dat ik mijn ontsluiting heb laten checken, want het is niet heel motiverend om 6 uur lang weeën te hebben die me voor mijn gevoel nog niets hebben opgeleverd. Ze gaat weer weg en drukt ons op het hart om weer te bellen als we denken dat dat nodig is.

Dèniel zet daarna het bevalbad op, zodat ik daar hopelijk een beetje in kan ontspannen en mijn weeën verder kan opvangen. Ondertussen voel ik me best goed en app in onze familie app “wie komt er naar ons zwemfeest” met een foto van het bevalbad.

Het water ontspant inderdaad en omdat de bodem zacht is, kan ik goed op mijn knieën zitten en over de rand heen hangen. Ik vang in het water mijn weeën op en daarna nog onder de douche. Dèniel blijft ondertussen steeds dicht bij me en houdt mijn hand vast en laat me alleen wanneer ik daarom vraag. Het lijkt ons toch wel slim om nog wat proberen te slapen, dus gaan in bed liggen in de hoop nog wat uurtjes te kunnen maken.

Ik val -tot mijn eigen verbazing- nog in slaap, maar wordt rond 2 uur weer wakker met heel heftige weeën en we besluiten de verloskundige weer te bellen. Ze komt weer langs, checkt mijn ontsluiting en ik moet bijna huilen als ze me vertelt dat er nog niets gebeurd is. Ze gaat weer weg en zegt dat ik haar in de ochtend weer mag bellen. De weeën gaan ondertussen door en we bellen haar weer rond 7 uur.

Ze komt weer langs, checkt nogmaals mijn ontsluiting en vertelt me dat ik ongeveer 2, max 3 centimer heb. Ook vertelt ze ons dat ze het niet meer verantwoord vindt om nu thuis te bevallen, omdat ik al zo lang weeën heb en het niet lijkt te vorderen. Ik voel de tranen prikken achter mijn ogen, daar gaat mijn droombevalling. Ze belt met de gyneacaloog om te overleggen en ik krijg het advies naar het ziekenhuis te gaan. We besluiten het advies te volgen, onze spullen te pakken en naar het ziekenhuis te rijden.

In de auto moet ik huilen, heb ik nog steeds weeën, voel me smerig omdat ik niet heb gedoucht en de hele tijd super erg zit te zweten. Ik kan de weeën niet goed opvangen en hoop alleen maar dat ik straks even kan liggen.

Bij het ziekenhuis stapt Dèniel uit, – het is ondertussen half 11 – om te vragen of we op de speciale ‘bevalplekken’ kunnen parkeren. Maar hij treft een man die hem wegstuurt met de mededeling “je moet parkeren in de parkeergarage en dan kun je je melden bij de balie”. Ik zeg tegen Dèniel “ik heb toch weeën, wat weet die vent er nou van, ik ga dat hele stuk niet lopen. Vraag het nog maar een keer.” Gelukkig treft hij daarna de vrouw van de balie en die zet een poortje omlaag, zodat we daar kunnen parkeren.

Aangekomen bij de triage afdeling word ik helaas niet naar een kamer gebracht, maar moet ik, rechtop zittend in een stoel, aan de CTG zodat ze het hartje van de baby kunnen monitoren. De weeën zijn op deze manier echt niet op te vangen en ik voel me vrij ongemakkelijk, omdat er ook nog een ander stel in de ruimte zit voor een CTG. Dèniel doet het gordijntje dicht, zodat ik me iets meer op mijn gemak voel en gaat even ontbijten. Er is te zien dat er een kleine dip in de hartslag kwam bij een wee, dus in plaats van een halfuur, moet ik in het totaal drie kwartier aan de CTG.

Daarna moeten we even wachten en heb ik een gesprek met de gynaecoloog. Hij maakt een echo en checkt mijn ontsluiting. De echo is in orde en mijn ontsluiting is 3, max 4 centimeter. Ik schrik nog best wel, omdat zijn handschoen onder het bloed zit. Hij zegt daar verder niets over en ik ben te moe om ernaar te vragen. Hij vertelt ons dat we mogen kiezen om te bevallen in het ziekenhuis met mijn eigen verloskundige of met het team uit het ziekenhuis. Ik ben ontzettend moe en uitgeput, bedenk me dat ik misschien later toch een ruggenprik wil, dus besluit me direct over te laten dragen aan het ziekenhuis.

Ik vraag of er een kamer vrij is met bevalbad. Die is vrij, maar moet nog wel schoongemaakt worden. Ik kan mijn hoop op een badbevalling nog niet loslaten, dus besluit erop te wachten en moet weer een halfuur achter het gordijntje wachten.

Aangekomen in de kamer komen de verloskundige en de verpleegkundige zich voorstellen, met de mededeling “wil je dat ik je vliezen nu breek of straks? Dan geven we een extra zetje.” Ik voel me nogal overrompeld, ben nog niet eens omgekleed en sta daar met mijn weeën en klotsende oksels. Ik besluit maar ja te zeggen, omdat ik op dit punt ook niet meer weet wat ik zelf nog kan doen.

Mijn vliezen worden gebroken met een soort uit de kluiten gewassen plastic breinaald en we worden daarna alleen gelaten. Even later komt er een andere verpleegkundige binnen, ze hebben van dienst gewisseld, ze stelt zich voor en vraagt of ze het bad voor me vol kan laten lopen. Dat wil ik wel, dus ze zet het bad voor me aan en legt aan Dèniel uit hoe alles werkt.

Ik ga in bad liggen, kan me eindelijk een beetje ontspannen en soes zelfs nog een beetje weg, zó moe ben ik inmiddels. Helaas beland ik in een weeënstorm en moet keihard huilen. Ik zie de ruggenprik steeds dichterbij komen en ik huil meer van onmacht en omdat ik mijn wens voor een natuurlijke bevalling nu echt in duizend stukjes zie breken dan van de pijn. Ik heb inmiddels al 16 uur weeën en ik kan echt niet meer van de pijn, dus ik vraag uiteindelijk toch om een ruggenprik. Er wordt me een geplastificeerd blaadje in mijn handen geduwd die ik moet lezen, waar de risico’s opstaan en ik moet toestemming geven. Ik probeer het te lezen, maar door de weeënstorm kan ik mijn ogen amper openhouden en hoop maar dat ze niet verkeerd prikken en ik voor altijd verlamd raak.

Voordat de ruggenprik gezet kan worden, moet ik eerst weer aan de CTG en daarvoor moet ik uit bad komen. “Dat vertel je me nu” denk ik nog. De weeënstorm gaat ondertussen vrolijk door en het lukt me niet om omhoog te komen uit het bad. Steeds als ik denk dat de wee weg ebt komt die met volle kracht weer terug. Dèniel probeert me te helpen en zegt heel lief “kom liefje, anders kunnen ze de ctg niet maken, je kan het wel”. Ik lig op mijn zij in bad en trappel met mijn benen van de pijn en zeg huilend “het lukt me echt niet”. De verpleegkundige heeft wat minder geduld en verheft haar stem en zegt op harde en strenge toon “kom op, je moet nu uit dat bad komen als je die ruggenprik wil Lori, anders gaat het niet”.

Uiteindelijk wordt ik door Dèniel en de verpleegkundige zo ongeveer het bad uit gehesen, het lukt me echt niet om te staan met de weeën, en ze helpen me met afdrogen. Dèniel trekt een nachthemd over mijn hoofd en de verpleegkundige sluit de CTG aan met de mededeling dat ze straks terugkomt.

Ik lig in bed op mijn zij en probeer zo goed als kan de weeën op te vangen. Het halfuur aan de CTG lijkt wel een eeuwigheid te duren en ik ben blij dat de verloskundige en verpleegkundige terugkomen met de mededeling dat die in orde is en ik naar de verkoeverkamer kan worden gereden, voor de ruggenprik. Dèniel en de verpleegkundige rijden me door de gangen van het ziekenhuis en ik zie in mijn wazige gezichtsveld nog wat mensen voorbij flitsen die door de gangen heen lopen.

Aangekomen op de verkoeverkamer bereid de anesthesiemedewerker de ruggenprik voor en ik word gevraagd om op het randje van het bed te gaan zitten, mijn rug zo bol mogelijk te maken, zodat ze goed kunnen prikken. Ik tril over mijn hele lijf en het lukt me niet goed om stil te zitten. De verpleegkundige zegt dat ik tegen haar aan mag leunen en ik probeer mijn lijf te ontspannen. De anesthesist verdoofd de prikplek en prikt de ruggenprik. Gelukkig wist ik hier al wat ik kon verwachten, omdat ik tijdens de tweede operatie van mijn knie ook een ruggenprik heb gehad. Ik mag weer op mijn rug gaan liggen en moet even wachten totdat de ruggenprik werkt. Ik voel een rust in mijn lijf komen en kan me eindelijk ontspannen en zelfs weer lachen. Mijn huid voelt warm en ook een beetje prikkend, maar dit hoort blijkbaar bij de ruggenprik.

Ik word weer teruggereden naar de kamer en voel me ineens een heel ander mens. Uit mijn bubbel, alsof ik niet meer aan het bevallen ben. Zelfs de verpleegkundige perst er een stom grapje uit; “je bent ineens een heel ander mens, je kan in ieder geval weer lachen”.

Terug op de kamer realiseer ik me ineens dat ik dan nu niet meer in bad mag bevallen volgens de protocollen en vraag het nog even na bij de verloskundige. “Nee dat klopt, je moet nu in bed blijven. Je mag eventueel wel op je knieën zitten of op je zij liggen, maar in bad gaat niet meer. Dat doen we hier trouwens sowieso niet, in bad bevallen, zegt ze er nog even snel achteraan. Fijn dat dat ook van te voren gezegd wordt, denk ik nog.

Ineens krijg ik ontzettende honger, eerder kreeg ik niets weg en heb nu al 30 uur niets gegeten, dus met de tablet bestel ik een hele lading aan crackers, krentenbrood en alpro karamel vla. Het eten wordt gebracht en ik eet bijna alles op en voel me compleet herboren. Dèniel gaat ook iets eten en ik app ondertussen met mijn familie en vriendinnen, dat ik me toch ineens zó goed voel, geweldig man zo’n ruggenprik, voel helemaal niets meer.

Ondertussen is er nog een keer van dienst gewisseld en komen de nieuwe verloskundige en verpleegkundige binnen en zien het lege bord staan en de verloskundige zegt “je hebt toch niet gegeten he, je mag met een ruggenprik niet eten”. Ik schrik en denk “shit, heb net die hele lading eten naar binnen gewerkt”. Ik begin te stotteren en zeg dat ik alleen een cracker en de karamel vla heb gegeten. “Oh dat is oké, dat is gelukkig niet zo veel” zegt ze. Dèniel komt weer terug en ik vertel hem van het eten. Hij begint te lachen “heb je gezegd dat je hier net superveel hebt zitten eten?” “Nee, ik durfde niet, ze zei het zo streng, wist ik veel”.

Er gaat wat tijd voorbij en ze komen weer langs met de mededeling dat ze me nog een keer willen toucheren om te kijken hoeveel ontsluiting ik nu heb. Het is blijkbaar nog niet genoeg gevorderd naar hun zin, dus ze zeggen “we gaan de wee opwekkers aanzetten, dan kunnen we een extra zetje geven”. Het infuus wordt aangesloten en de wee opwekkers gaan aan. Ik voel nog steeds niets, dus ik merk er niet veel van. Na een tijdje komen ze kijken en willen ze weer toucheren. Ik ben daar ondertussen wel een beetje klaar mee en zeg, “als het niet hoeft, dan liever niet, ik wacht liever nog even”. Ik krijg een weerwoord “ja we willen dat liever toch wel even doen, dan weten we hoe het ervoor staat en of de wee opwekkers nog omhoog moeten”. Terwijl ik weer word getoucheerd bedenk ik me dat ik het nu wel helemaal kut begin te vinden en ben eigenlijk ook wel een beetje klaar met al dat gebiedende wijs en de uitleg die continu mist bij alles wat ze willen doen. “Het is nog niet echt opgeschoten, we zetten de wee opwekkers nog wat omhoog” hoor ik. “Je mag ook even op je knieën gaan zitten, wellicht helpt dat de baby wat verder naar beneden te zakken”. Ze helpen me met alle draadjes vasthouden en de rugleuning omhoog zetten, en ik ga op mijn knieën zitten.

Ik zit nog maar net en voel me een beetje misselijk worden. “Ik ben een beetje misselijk” zeg ik, en de verpleegkundige geeft mij een nierbekken bakje, voor als ik moet overgeven. Ik hou het bakje onder mijn kin, voel het ineens omhoog komen en moet zoveel spugen dat ik het hele bed onder kots. “shit, toch iets teveel gegeten”. Ze geeft me weer een nieuw bakje, waar weer hetzelfde mee gebeurd en ze rolt nog net niet met haar ogen. “Laten we het bed maar even verschonen, gaat het weer een beetje?” “Sorry, dit is wel echt heel vies” zeg ik. “Risico van het vak he” zegt ze, terwijl ze begint met het bed afhalen en mij instructies geeft zodat ze er nieuw beddengoed op kan doen.

Nadat ik een tijdje op mijn knieën heb gezeten wordt het zwaar en ik begin ook wat druk of een soort pijn te voelen. Ik vertel dit tegen de verloskundig en zij zegt dat dit waarschijnlijk de beginnende persweeën zijn en vraagt aan Dèniel of hij mee wil helpen met alles klaarleggen voor de baby. Het is inmiddels 11 uur in de avond op zondag.

Ik lig inmiddels weer op mijn rug en de verpleegkundige en verloskundige zijn beide in de kamer. Ze wil me eerst weer toucheren om te kijken hoeveel centimeter ontsluiting ik heb. Ik heb goede hoop op dat ik eindelijk mag beginnen met persen, dus ik zeg “ja dan doe maar”. Ze voelt en zegt dat er nog een ‘randje’ zit. “Ik geef je wel even een zetpil, dan kan dat laatste randje nog verweken, je hebt wel 10 centimer!” en voordat ik het weet zit die zetpil erin. Het voelt niet fijn dat dit zo gedaan wordt en ik heb geen idee wat voor zetpil het is en of ik zelf iets had kunnen doen aan dat randje, maar die zetpil zit er al in en ik ben ineens weer zo moe dat ik niet de puf heb om er wat van te zeggen.

Ongeveer een halfuur later lig ik op mijn zij, de ruggenprik is uit, met 1 been in de beugel en ik moet huilen omdat ik zo blij ben dat ik in ieder geval niet op mijn rug hoef te bevallen. In onze beval cursus hadden we geleerd dat je in deze houding de baby moeilijk ruimte kan geven in het bekken, dus ik jank van geluk, omdat dit in ieder geval nog wel kan.

Ik mag voorzichtig mee gaan persen en ik probeer weer in mijn bubbel te kruipen, te voelen waar de druk zit en mee te ademen zonder heel hard te drukken. Dit is blijkbaar na een tijdje niet meer hoe ze het graag zien en er word me gezegd dat als ik druk voel, om mijn been die in de beugel ligt vast te pakken in mijn knieholte, een hap adem te nemen en dan zo hard als ik kan mee te persen. Dit moet ongeveer 2 á 3 keer lukken tijdens een perswee wordt me verteld. Ik doe wat me gezegd word en ik pers mee met alle kracht die ik in me heb. Dèniel staat naast me, houdt mijn hand vast en fluistert dat ik het geweldig doe. De verloskundige zegt “zo, wat een kracht heb jij, je doet het geweldig!” Ondertussen wordt ik weer getoucheerd, maar ik merk het eigenlijk pas als ze me pijn doet “au”, “ja ik voel waar de baby ligt, hij komt al omlaag, je doet het geweldig”. Ik lig ondertussen weer te huilen, want ik wordt totaal overrompeld door alle instructies, onmacht, emoties en het feit dat ons zoontje nu echt bijna geboren wordt.

Na een tijdje persen willen ze de baby controleren door wat bloed af te nemen via zijn hoofdje. Ze kunnen hiermee zien of alles nog goed met hem gaat. Ik vraag “gaat het niet goed dan?”, “jawel, zijn hartslag zakt soms een beetje, maar we willen het graag zeker weten”. Ze brengt een soort grote witte holle buis bij me in en ze neemt wat bloed af. De uitslag is in orde dus ik mag weer verder persen. “Gelukkig is alles goed, dit zijn echt de laatste loodjes” denk ik bij mezelf.

Ik pers verder met alle kracht die ik in me heb, met nog steeds de herhalende instructies van de verpleegkundige “en een hap, en PERS!”. Ik heb het gevoel dat mijn hoofd gaat ontploffen van deze manier van persen, maar alles voor mijn baby.

Ineens zegt de verloskundige tegen de verpleegkundige, “Er zijn al 50 minuten voorbij, we moeten even gaan overleggen met de arts.” Ik maak me verder niet echt druk, want die uitslag van die test was net goed en dat hadden ze voor de zekerheid gedaan, want alles was gewoon oké. De verloskundige komt terug met de arts achter haar aan. “Hoi, ik ga je inknippen en de vacuümpomp gebruiken, we moeten er wat vaart achter gaan zetten”. Ik begin te huilen en vraag “hoezo dan? Wat is er aan de hand? De uitslag van de test was toch goed?” De verloskundige verteld me dat de uitslag maar een uur geldig is en er zijn nu al 50 minuten voorbij. “Maar je kan die test dan toch nog een keer doen?” vraag ik. “Nee, dat gaat echt niet, ga maar op je rug liggen”.

Ik begin te huilen en vraag of ik alsjeblieft op mijn zij mag blijven liggen en snik dat ik echt niet op mijn rug wil liggen. “Je moet echt op je rug, want de baby moet er recht uit komen met de pomp”. Ik draai op mijn rug, de andere beugel gaat ook omhoog, mijn benen erin en de achterkant van het bed wordt eraf geklikt. De felle lamp die me aan de tandarts doet denken maakt mijn complete horror scenario af, daar gaan we.

Ik begin weer met persen, weer met deninstructies van de verloskundige, door mijn tranen heen, en ineens zegt de verpleegkundige op harde toon “stop met huilen! Nu even doorzetten.” Ik schrik en begin alleen maar harder te huilen. Ik probeer mijn tranen in te houden en met alle kracht die ik nog in me heb te persen. Tijdens een wee wordt ik ingeknipt, waar ik gelukkig niets van merk of voel. Ik hoor ineens iets ontzettend hard zoemen en de vacuümpomp wordt op het hoofdje gezet. Het doet ontzettend veel pijn “au, je doet me pijn” zeg ik. “Sorry meid, het moet even” zegt de arts. “Als je een wee hebt moet je zo hard als je kunt persen, ik trek dan mee, hij is dan binnen een wee of twee geboren”.

Ik pers verder en ik zie de kracht die de arts moet zetten, haar armen trillen ervan. Ineens gebeurd er iets en zegt ze tegen de verloskundige, “neem het even van me over.” In een sneltreinvaart zie ik ze wisselen, de verloskundige hangt met haar hele gewicht aan de pomp. Ik kan me niet voorstellen dat dit goed is voor mij en mijn baby. Ze wisselen weer terug en ineens schiet tijdens een wee de pomp eraf. “Shit, kiwi, kiwi!” zegt de arts, lichtelijk paniekerig tegen de verloskundige. (De kiwi is een handmatige vacuümpomp, kom ik een aantal weken na mijn bevalling achter via google.)

Ondertussen zijn we weer bijna een uur verder en zeker meer dan twee weeën verder. Ik heb mijn ogen stijf dicht en de adrenaline giert door me heen. Ik pers zo hard als ik kan en ineens hoor ik voor mijn gevoel in verte “Doe je ogen open, doe je ogen open!” Ik denk in een flits “ze heeft het volgens mij tegen mij” en ik doe mijn ogen open. Ik zie mijn baby in de lucht, met de vacuümpomp nog op zijn hoofd en de verloskundige die hem vastpakt en hem dan op mijn borst legt. Hij voelt heel warm en ik begin te huilen “hij is er!” zeg ik tegen Dèniel en ik moet huilen van opluchting en geluk. Op 26 juli om 02.04 wordt onze zoon Levi geboren.

Ik zie de arts met de schaar komen en vraag huilend “mag de navelstreng alsjeblieft langer uitkloppen?” “Dat kan echt niet meid, hij moet nu gecontroleerd worden door de kinderarts”. Ik val weg in een soort zwart gat en ik krijg niets mee van Dèniel die de navelstreng doorknipt. Mijn baby wordt weer weggehaald en bij de kinderarts op het verschoonkussen gelegd. Ze voert de controles snel uit en hij wordt daarna weer bij mij gelegd.

“Ik ga nu even een prik zetten om de placenta geboren te laten worden”. zegt de arts. “Ik wil dat niet, kunnen we niet wachten totdat deze vanzelf wordt geboren?” vraag ik. “Nee meid, dat kan echt niet, je hebt al veel bloed verloren” en ze prikt in mijn been. Na een paar minuten wordt daardoor de placenta geboren en ze legt hem weg om later te controleren.

Terwijl Levi bij mij op de borst ligt begint de arts met hechten. “Ik ga je nu hechten, het kan zeer doen, maar probeer niet te bewegen of terug te trekken, dan kan het zijn dat ik mis prik”. Ik probeer op mijn tanden te bijten, maar het doet ontzettend zeer. “Au, je doet me pijn”, “Sorry meid, het moet toch echt gebeuren, ik heb al het maximale verdoofd”. Ik moet weer huilen en zeg nog een aantal keer dat ze me echt pijn doet. “Concentreer je nu maar op je baby, want zo werkt het niet” zegt ze.

Uiteindelijk is ze klaar met hechten en zegt, “ik controleer even of alles goed is aan de binnenkant” en steekt een vinger in mijn anus om dit te controleren. “Alles is in orde.” Ik voel de misselijkheid en duizeligheid opkomen, “mag ik alsjeblieft een beetje omlaag, ik ben duizelig en misselijk” vraag ik aan de verpleegkundige. Ze legt me helemaal plat en ik heb het gevoel dat mijn hoofd en nek helemaal naar achter liggen. “Mag ik alsjeblieft toch een klein stukje omhoog?” vraag ik. “Ja wat wil je nou, wil je niet meer misselijk zijn of wil je omhoog liggen?!” zegt de verpleegkundige tegen me.

Ik huil weer en vraag of Levi even bij Dèniel mag liggen, want ik ben zo ontzettend misselijk en duizelig dat ik bang ben dat ik op hem moet spugen. Levi wordt bij Dèniel op de borst gelegd en ik probeer mijn misselijkheid en duizeligheid weg te ademen.

Ondertussen controleert de arts de placenta en laat hem aan ons zien. Alles ziet er goed uit en ze vraagt of ik er iets mee wil. “Nee hoor, hij mag weg” zeg ik tegen haar.

Daarna helpt Dèniel met het aankleden van Levi en hij wordt weer bij mij gelegd, om te kijken of hij aan de borst wil. Uit zichzelf doet hij niets, en ik ben te moe om te vragen of ze ons een handje willen helpen. Om me heen zie ik van alles gebeuren en ik hou Levi stevig vast, die is nu in ieder geval veilig bij mij. Uiteindelijk wast de verpleegkundige mij met een washandje en mag ik in een schoon bed liggen. We mogen wachten op de verpleegkundigen van de familiekamers, zodat we daar de rest van de nacht kunnen blijven.

We worden opgehaald door twee verpleegkundigen en ik bedank de verloskundige en de verpleegkundige, de arts zie ik niet meer, die is al weg. Aangekomen op de familiekamer klapt Dèniel het extra bed uit, wordt ik aangesloten op een infuus met vocht en Levi wordt lekker ingestopt in een bedje met kruiken. “Ga maar even lekker proberen te slapen” zegt de verpleegkundige, “je hebt het zwaar gehad las ik.”

Ik geef Dèniel een kus en we proberen allebei wat te slapen, ik draai me nog een keer om, zie mijn lieve schattige baby slapen en doezel, na een bevalling van veertig uur, ook eindelijk weg.

Volg:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *